Dit jaar stond Arie van der Zanden voor de 50e
keer aan de start van de Nijmeegse Vierdaagse. De 83-jarige Veldhovenaar liep
hem net als de vorige 49 weer probleemloos uit.
Gewone schoenen heeft hij niet zoveel. Wandelschoenen des te
meer. In de hal van zijn woning staan er maar liefst 5 paar van. Elke wandeling
pakt hij een ander paar en hij verzorgt de schoenen goed. Hij heeft dan ook een
passie voor wandelen. “Lopen en buiten zijn heb ik altijd leuk gevonden. Ik
loop het hele jaar. Gemiddeld wandel ik
4 keer per week in een straal van circa 15 kilometer rondom mijn huis.”
In 1964 liep hij zijn eerste Vierdaagse, toen nog 55
kilometer per dag. Zonder blaren en zonder problemen. “Belangrijk is dat dat je
voeten lekker in je schoenen zitten. Ik loop altijd op hoge wandelschoenen, die
zitten lekker aan de enkels. En het hele jaar door draag ik sokken van Falke
van dezelfde dikte.” Een pet of hoed beschermt hem tegen de zon. Voor zijn
veiligheid in de natuur draagt hij altijd een lange broek.
Broodje met droge worst
In de Vierdaagse draagt hij een gordel met daaraan 5 tasjes.
In een ervan zit een poncho voor als het flink gaat regenen. Verder gaat er een
smartphone en fototoestel mee. In een geïsoleerde bidon neemt hij koude thee of
drinkyoghurt mee. En tenslotte voor onderweg een broodje met droge worst. “Ik
loop een hele dag op dat ene broodje en de gevulde bidon. Voor mijn leeftijd is
de reglementaire afstand tegenwoordig 30 kilometer.”
Enkele dagen voor de start reed hij met echtgenote Marijke
naar camping de Grote Altena in Oosterhout, vlakbij Nijmegen. De fietsen gaan
mee. "We verblijven op de camping in een chalet. Op zondag of maandag meld ik me
als deelnemer aan. Dan krijg ik een polsbandje dat elke dag voor de start en
bij terugkomst wordt gescand.”
Vals plat
De zwaarste dag van deze editie was voor de meeste
deelnemers de laatste van de 4. “Vanwege de hitte werden alle afstanden met 10
kilometer ingekort. Ik had geen moeite met de afstand, want ik hoefde toen maar
20 kilometer te wandelen. Ik heb de 2e dag, de dag van Wychen, als
de zwaarste ervaren. Ook de 3e dag was pittig met een stuk van zo’n
9 kilometer vals plat tussen Mook en Groesbeek.”
Na elke finish volgt een vast ritueel. “Bij het startpunt
aangekomen, laat ik me uitscannen. Bij de fietsenstalling trek ik vervolgens
een droog shirt aan. Dan drinken Marijke en ik een kop warme koffie. Daarna
fietsen we rustig terug naar ons chalet.
Op vrijdag 18 juli voltooide Arie zijn 50e
Vierdaagse. Hij heeft nu het bijbehorende kruis voor betoonde marsvaardigheid
in bezit. “Ik loop niet voor de medaille, maar voor mijn plezier. Maar ik ben
er wel erg trots op”, zegt hij over zijn laatste aanwinst. De krasse
Veldhovenaar heeft inmiddels al weer de nodige kilometers gelopen.