De zomertijd begint op
de laatste zondag van maart en eindigt op de laatste zondag van
oktober (het begin van de wintertijd. In de komende nacht worden de klokken om 2 uur een uur vooruit
gezet, dus van 2 naar 3 uur (ezelsbruggetje: in het voorjaar gaat
de klok een uur vooruit).
In totaal duurt de zomertijd 31
weken, oftewel 217 dagen. Dit jaar begint de zomertijd op 28 maart 2026 en
eindigt op zondag 25 oktober.
Door de zomertijd wordt het niet in het holst
van de nacht licht. Een groot voordeel is ook dat we 's avonds een uur langer
van daglicht kunnen profiteren. Zonder zomertijd zou het eind juni tegen half
vier licht worden en tegen half tien 's avonds donker.
In Nederland is de zomertijd in 1977, vanwege de
oliecrisis, opnieuw ingevoerd. Ook van 1916 tot 1945 was de zomertijd van
kracht. Uitvinder van het invoeren van de zomertijd was de Londense aannemer
William Willett. In 1907 publiceerde hij het pamflet 'The Waste of Daylight',
waarin hij voorstelde in april de klok vooruit te zetten en in september weer
terug, om zo 's avonds langer van het daglicht gebruik te kunnen maken.