Wat begon als een kleine dansgroep met vijftien meisjes,
groeide in vijftig jaar uit tot een van de grootste dansorganisaties van
Zuid-Nederland. DéDé Dance telt inmiddels 32 vestigingen, zo’n 3.500 leerlingen
en een hoofdvestiging in Veldhoven. Op zaterdag 7 juni wordt het gouden
jubileum gevierd tijdens het DéDé Fifty Fest in VIBES in Eindhoven.
“Het wordt een grote tijdreis door de geschiedenis van
DéDé”, vertelt eigenaresse Deyonne van Dam. “Met zoveel mogelijk dansjes van
huidige en voormalige DéDé’ers. We hebben al 1.800 aanmeldingen en er zijn nog
maar een paar kaarten beschikbaar.”
Van Dinky Dancers naar DéDé Dance
De geschiedenis van de dansschool begint in 1976. Oprichter
Marianne van Dam was destijds 18 jaar oud en zocht in Asten een dansschool waar
ze dance of popballet kon volgen. Toen ze die niet vond, besloot ze zelf lessen
te gaan geven. Met vijftien leerlingen startte ze de Dinky Dancers, de
voorloper van het huidige DéDé Dance.
Na het overlijden van Marianne eind 2012 nam haar dochter
Deyonne op 27-jarige leeftijd de leiding over. “Ik wist al jong dat ik ooit
moeder wilde worden én DéDé Dance wilde overnemen. Dat moment kwam eerder dan
verwacht, maar ik heb er nooit spijt van gehad. DéDé voelt voor mij als een
tweede kindje.”
Groei naar 32 vestigingen
De dansorganisatie groeit nog altijd. Het ledental beweegt
richting de 4.000 en de 32 vestigingen zijn verspreid over Oost-Brabant en
Limburg. Vanuit het kantoor in Veldhoven wordt de organisatie aangestuurd door
zes medewerkers, die deels ook lesgeven.
In totaal werken er zo’n tachtig dansdocenten voor DéDé
Dance. Veel van hen komen voort uit de eigen opleiding, die door Marianne van
Dam werd ontwikkeld. “Onze interne opleiding duurt twee jaar en bestaat uit
theorie en praktijk. Uiteindelijk draait het om de klik tussen docent en groep.
Dat is misschien wel onze belangrijkste succesfactor.”
Eigen dansstijl
Leerlingen kunnen kiezen uit danceballet en urban.
Danceballet wordt op alle locaties aangeboden en vormt al jarenlang de basis
van DéDé Dance. Urbanlessen zijn momenteel alleen beschikbaar in Veldhoven,
Helmond en Nuenen.
“Danceballet is de stijl die mijn moeder heeft ontwikkeld en
die voortdurend met de tijd is meegegaan”, zegt Deyonne. “Binnen DéDé is de
dans Maniac bijna heilig. Iedere leerling kent hem en het blijft een favoriet.”
De leerlingen variëren in leeftijd van anderhalf tot ruim
zeventig jaar. De grootste groep bestaat uit kinderen tussen zes en elf jaar.
“Bij de jongste groepen zien we nauwelijks jongens. We zijn natuurlijk ook een
beetje een zuurstokroze wereld; bij ons is vrijwel alles roze.”
Nieuwe dansen en grote producties
Tijdens een schooljaar leren de leerlingen vier
choreografieën. Nieuwe muziek speelt daarbij een belangrijke rol. “Elke vrijdag
luister ik naar nieuwe releases op Spotify. Vaak weet ik binnen enkele seconden
of een nummer geschikt is voor een dans. Samen met choreografen ontwikkelen we
vervolgens nieuwe choreografieën.”
Vier keer per jaar komen alle docenten bijeen om de nieuwe
dansen aan te leren. Die worden vervolgens per leeftijdsgroep op alle locaties
onderwezen.
Naast lokale optredens neemt DéDé Dance jaarlijks deel aan
danswedstrijden. Vooral Koningsdag is een logistieke uitdaging. “Dan treden we
op in bijna alle 32 plaatsen waar we actief zijn. Dat betekent dat 3.500
kostuums vanuit Veldhoven naar alle locaties moeten worden vervoerd.”
Eens in de vier jaar organiseert DéDé Dance bovendien een
grote theatershow in De Schalm in Veldhoven, waarbij alle leerlingen de kans
krijgen om op te treden voor een volle zaal met familie en vrienden.
Familiegevoel als grootste kracht
Volgens Deyonne draait DéDé Dance om meer dan alleen
danspassen leren. Het familiegevoel staat centraal. “Ik vind het bijzonder wanneer grootouders hun kleinkinderen
naar de les brengen en zeggen dat het gevoel precies hetzelfde is als toen zij
hier zelf dansten. Natuurlijk is er veel veranderd, maar de sfeer is nog altijd
veilig en vertrouwd. Dat DéDé-gevoel wil ik doorgeven aan iedere nieuwe
generatie.”