Al vijftig jaar speelt de trompet een belangrijke rol in het
leven van Jan van Aaken (64). Sinds 1976 is de Oerlenaar verbonden aan
muziekvereniging St. Cecilia. Een halve eeuw later is hij nog altijd een trouw
lid van het korps en mist vrijwel geen repetitie.
Hoe ben je in 1976 bij St. Cecilia terechtgekomen? “In mijn
beleving heeft meester Van Boekel indertijd een aantal leerlingen aangedragen
bij de fanfare. Ik begon op trompet en een ander instrument heb ik nooit
serieus overwogen.” In 1976 behoort hij tot de eerste groep leerlingen die bij
de toenmalige fanfare muziekles krijgt van Gerrit List, destijds een bekende
muziekdocent. "We kregen les in de garderobe van dancing De Kers. De Kers was
toen ook onze thuisbasis.”
De trompet blijkt een instrument waarmee Jan veel kanten op
kan. Door de jaren heen speelt hij verschillende muziekstijlen. Naast St.
Cecilia maakte hij deel uit van de bigband van de muziekschool en de Oerse
Kapel. Tijdens zijn militaire dienstplicht was hij trompettist bij het
Fanfarekorps der Genie.
Sociale binding
In een halve eeuw maakte hij heel wat concerten, optredens
en concoursen mee. Het laatste concours dateert inmiddels al van zo’n tien jaar
geleden. "Ik ben er nooit een tegenstander van geweest. Deelnemen aan een
concours is goed voor het niveau en de sociale binding binnen het korps. En een
goed resultaat wordt natuurlijk altijd goed gevierd.”
Bijzondere herinneringen bewaart hij aan het concours in
Helmond dat begin jaren 80 plaatsvond. “We zijn toen een jaar lang gevolgd door
het toenmalige tv-programma Van Gewest tot Gewest. De laatste opnames werden
gemaakt tijdens het concours in het Speelhuis in Helmond. Later is de
documentaire op tv uitgezonden.”
Echtgenote Kokkie
De muziek brengt hem ook iets heel bijzonders: zijn latere
echtgenote Kokkie. Zij kwam aanvankelijk als bezoeker naar een concert van St.
Cecilia, werd vervolgens lid en later zijn vrouw. "De basis van onze
vriendenkring ligt ook voor een deel in de muziekvereniging.” Kokkie is
opgeleid als professioneel trompettist en hoornist. "Daar heb ik altijd
voordeel van gehad. Jarenlang hebben we samen met veel plezier bij St. Cecilia
en in de Oerse Kapel gespeeld.” Inmiddels is Kokkie al enkele jaren niet meer
actief als muzikant.
Over de grootste verandering in al die jaren hoeft Jan niet
lang na te denken. “Vroeger was St. Cecilia een echte Oerse club met Oerse
leden. Op een gegeven moment kregen de 4 Veldhovense korpsen elk een
verzorgingsgebied toegewezen. Zo kregen wij ’t Look en Heikant-West erbij.
Leerlingen begonnen in die tijd ook met muzieklessen op de muziekschool. Zo
kreeg St. Cecilia gaandeweg steeds meer leden van buiten Oerle. Nu zijn er nog
maar een paar Oerlenaren lid van het korps.” Bijzonder is dat in Veldhoven 4 korpsen
zijn die allemaal op een hoog niveau muziek maken. “We vissen ook allemaal in
dezelfde vijver. Wij hebben nu zo’n 55 à 60 leden.”
Embouchure
Jan zorgt er zelf nog altijd voor dat zijn trompetspel op
niveau blijft. Om de dag trekt hij ongeveer drie kwartier uit om te oefenen.
Vooral het embouchure, de manier waarop de mond en lippen worden gebruikt bij
het bespelen van een blaasinstrument, vraagt aandacht. “Ik merk dat het
lastiger wordt om dat op peil te houden. Regelmatig oefenen is daarom
noodzakelijk.”
Veldhoven Nieuws
Jan van Aaken in 2013
Zijn betrokkenheid bij St. Cecilia beperkt zich bovendien
niet tot het bespelen van zijn instrument. In twee periodes was hij bestuurslid
en jarenlang maakte hij deel uit van de muziekcommissie. Ook verzorgde hij
lange tijd de opmaak en eindredactie van het verenigingsblad Rond Cecilia.
Daarnaast hield hij de ledenadministratie bij, stelde hij het smoelenboek samen
en maakte hij tijdens bindingsavonden en andere activiteiten foto's. Ook de
routes voor het maandelijks ophalen van oud papier hield hij jarenlang actueel.
Aan stoppen denkt hij voorlopig niet. "Ik vind het
nog steeds leuk en hoop dat ik het nog lang mag doen.” Aan jonge muzikanten die
net beginnen bij een muziekvereniging heeft hij tot slot een eenvoudig advies: "Hou vol, je krijgt er veel leuke momenten voor terug.”