Wereldwijd worden kinderen met heupdysplasie behandeld met
een spreidbroekje, dat ze 23 uur per dag, 6 weken lang moeten dragen. Uit
onderzoek van Máxima MC blijkt dat de lichtste vorm van heupdysplasie meestal
vanzelf geneest, zonder behandeling met een spreidbroekje. Het actief
controleren van de heupen is dan voldoende. Dit voorkomt onnodige behandeling
en vermindert zorgen en ongerustheid bij ouders. De resultaten van dit
onderzoek zijn onlangs gepubliceerd in het toonaangevende vaktijdschrift The Bone
& Joint Journal.
Heupdysplasie is één van de meest voorkomende aandoeningen
bij pasgeboren baby’s. Hierbij is het heupgewricht niet goed ontwikkeld. Dit
kan variëren van een lichte tot een ernstige afwijking. Bij een ernstige
afwijking is de heup uit de kom. In Nederland worden de heupen van alle baby’s
gecontroleerd op het consultatiebureau. Als het nodig is, wordt er ook een echo
van de heupen gemaakt. Bij een afwijkende echo volgt verder onderzoek op de
afdeling kinderorthopedie van het ziekenhuis. Máxima MC is officieel aangewezen
als STZ (Samenwerkende Topklinische Ziekenhuizen) expertisecentrum voor
heupdysplasie. Deze erkenning onderstreept de hoogwaardige zorg die we bieden
aan kinderen en jongvolwassenen met deze complexe aandoening.
Behandelingen bij heupdysplasie
Bij de lichtste vorm van heupdysplasie zijn er twee
behandelopties:
- Een
spreidbroekje (Pavlik-bandage): dit is de bekendste behandeling. Bij deze
behandeling draagt de baby 23 uur per dag, 6 weken lang een spreidbroekje.
Met een echo wordt daarna gecontroleerd of de heup hersteld is.
- Actief monitoren van de heup:
in plaats van een spreidbroekje, wordt zes weken na de diagnose opnieuw
een echo gemaakt om te kijken of de heup vanzelf hersteld is.
Spontaan herstel bij lichte heupdysplasie
Máxima MC onderzocht of de impactvolle behandeling met een
spreidbroekje nodig is bij baby’s met de lichtste vorm van heupdysplasie. De
gedachte is namelijk dat deze vorm uit zichzelf geneest. Het onderzoek
bevestigt dat de heupen van de meeste baby’s met de lichtste vorm van
heupdysplasie spontaan genezen, zonder behandeling met een spreidbroekje. Een
studie met ruim 500 kinderen toonde aan dat 93% van de kinderen na zes weken
actief monitoren een normale heup had.
7% had alsnog een behandeling met een spreidbroekje nodig,
maar ook deze heupen herstelden daarna van de heupdysplasie. Het grote voordeel
van actieve monitoring is dat onnodige behandeling voorkomen wordt. Ook ervaren
ouders minder stress van de behandeling.
De kinderorthopedisch chirurg kijkt samen welke
behandeling het beste past bij het kind.
Bron: mmc