Bij aanvang van dag 3 in de
finale van het Groot Veldhovense Driebanden stond Edwin van de Goor reeds aan
de leiding. Op plek 2 volgde hem Henry van de Biggelaar en op 3 Osman Koҫ.
Door Thieu Vlemmix
Op de laatste finaledag
(zondag 26 april)) werd Osman zijn belangrijkste concurrent in de race naar
toernooiwinst. En dat duurde tot de allerlaatste wedstrijd, waarin beide
kemphanen tegen elkaar uitkwamen.
Uniek toernooi
Het Groot Veldhovense
Driebanden Toernooi is uniek in zijn bestaan. Niet alleen omdat het vanuit die
organisatie al vanaf 1989 zijn jaarlijks toernooi organiseert. En ook niet
alleen omdat – zeker in de beginperiode – de winnaars ijzersterke, zelfs
landelijk belangrijke, spelers waren zoals Antoon Koopmans, Bert van Keulen en
Eddy van de Looy. Nee, eigenlijk vormt - bij hun jaarlijks toernooi (dat meestal
al in augustus van start gaat en in mei het jaar daarop eindigt met de finale) –
het startgemiddelde ‘t meest bijzondere. Elke speler heeft zijn eigen
startgemiddelde, dat vooraf wordt vastgesteld. En op basis daarvan krijgt men
bij elk duel wedstrijdpunten toegekend. Als iemand bijvoorbeeld met een
startgemiddelde van 14 caramboles er 18 maakt, dan krijgt die meer
wedstrijdpunten dan iemand met een startgemiddelde van 25, die er 20 maakt. En
dat nu, maakt het voor iedere biljarter een uitdaging om deel te nemen; al
jarenlang. Het eindtoernooi vond nu plaats in Sint Joris, de plek ook waar in
een ver verleden nationale topper Bert van Keulen zijn basis had en nu o.a.
zijn zoons Piet en Ton.
Eindduel van de Goor-Koҫ
Op vrijdag en zaterdag waren
de uitslagen van het jaarlijkse toernooi (2025/2026) in de finalepoule van dien
aard dat Edwin van de Goor de tussenstand aanvoerde met 50,857 punten. Na hem
kwam Henry van den Biggelaar met 44,143 punten. Op 3: Osman Koҫ met 40,333 aan
wedstrijdpunten, maar wel met de kanttekening dat Osman een wedstrijd minder
speelde.
Op vrijdag startte Edwin van
de Goor (startmoyenne van 14) met een eindscore van 14 caramboles en dat
betekende tegen Toon Rooijakkers (die er 15 maakte, maar er 16 moest) een
gelijkspel: 11 punten, voor allebei. Tegen Henry van den Biggelaar was er wel dikke
winst: 18-12. Op zaterdag volgde een verliespartij tegen een ontketende winnaar
van 2025: Maarten Coppelmans (14-23). Maar dat leverde Edwin - omdat hij zijn
startmoyenne toch had gehaald - nog wel 10 wedstrijdpunten op.
De partij tegen Rinie
Rijkers was er daarna eentje om in te lijsten: 20-6 werd het voor Edwin en
daarmee stootte hij meteen met een totaal van 50,857 wedstrijdpunten door naar
de absolute koppositie van dit toernooi.
Yvonne De Waal-Kox
Osman Koҫ
Twee allerbesten
Op zondag tenslotte, mondde
de allerlaatste wedstrijd uit in een duel tussen de twee allerbesten: Edwin van de Goor en Osman
Koҫ. Het werd een fraai en spannend duel. Spannend tot de allerlaatste (na)stoot,
waarin Osman Koҫ de voorsprong die de sterke Edwin van de Goor tot aan die
nastoot nam, toch nog benaderde met 19-19. Dat was echter niet genoeg voor
winst. Edwin won het toernooi dus uiteindelijk overtuigend met 65,857 punten
vóór Osman Koҫ met 62,333 punten.