Advertorial Een financieel directeur van een reclamebureau, die na
vijftien jaar ineens werd ontslagen, heeft recht op ruim één miljoen euro aan
ontslagvergoedingen. Dat bepaalde de Rechtbank in Amsterdam onlangs in een
uitspraak.
De man was sinds 2007 werkzaam voor het reclamebureau, dat
onderdeel is van een een beursgenoteerd Amerikaans media- en reclameconcern. De
laatste twaalf jaar werkte hij als CFO bij het Benelux-kantoor van het
bedrijf.
Transitievergoeding
Eind juni 2022 kondigde zijn werkgever echter plots aan dat
de man ontslagen zou worden als gevolg van een reorganisatie, waarbij zijn
functie zou komen te vervallen. Voor de functie van CFO van de Nederlandse
vestiging achtte het bedrijf de man niet geschikt. De CFO tekende weliswaar
bezwaar aan, maar werd een maand later toch ontslagen.
Het reclamebureau betaalde hem daarbij een
transitievergoeding en salaris over de opzegtermijn. Samen goed voor zo’n
285.000 euro, maar toch stapte de man naar de rechter.
Geen gegronde reden
Volgens de man was er geen gegronde reden om hem te ontslaan
en deed zijn werkgever ook geen poging om een andere functie voor hem te
vinden. Hij startte daarom een zaak bij de rechtbank, waarbij hij een billijke
vergoeding van ruim 4,1 miljoen euro eiste.
De rechter oordeelde dat het reclamebureau niet kon bewijzen
dat de reorganisatie daadwerkelijk noodzakelijk was. Ook kon het bedrijf
onvoldoende aantonen dat de man niet geschikt zou zijn voor de rol van
financieel directeur van het
Nederlandse kantoor.
Bovendien had de man vijftien jaar goed gefunctioneerd
binnen het bedrijf. Door de redenen voor het ontslag niet uit te leggen aan de
CFO en ook geen poging te doen om hem een andere functie aan te bieden binnen
het bedrijf heeft het reclamebureau volgens de rechter verwijtbaar gehandeld.
Aantoonbare noodzaak
Bovenop de al betaalde transitievergoeding en het salaris
over de opzegtermijn, wijst de kantonrechter de ontslagen CFO een extra
billijke vergoeding van 750.000 euro toe. Daarmee komen de totale kosten van
het ontslag voor het reclamebureau uit op zo’n 1.035.000 euro. De juridische
kosten zijn hierin nog niet meegenomen.
Uit deze zaak blijkt maar weer eens dat ook bij topfuncties
een concreet
onderbouwde
ontslaggrond cruciaal is. Een reorganisatie is niet automatisch een
gegronde reden. Er moet een aantoonbare noodzaak zijn, de functie moet
daadwerkelijk komen te vervallen en de mogelijkheid tot een herplaatsing moet
goed worden onderzocht. Gebeurt dat niet, dan kan het gebeuren dat een forse
billijke vergoeding moet worden betaald.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met
RechtNet Advocaten via [email protected] of bel naar 073-6154311.