De bladeren vallen
al goed van de bomen, de lucht is grijs en de dagen korter. Ja ja, de
wintertijd staat voor de deur.
Door Sam Fish
Aan het weer kun je het nog niet merken, maar het is
dit weekend toch echt de hoogste tijd. De klok gaat dan een uurtje terug. Dit
gebeurt in de nacht van zaterdag 25 op zondag 26 oktober. Om 03.00 uur ’s
nachts wordt het dan ineens weer 02.00 uur.
Voordeel; dat extra uur breng je – hopelijk –
slapend door. Je zult er dus niet veel van meekrijgen. Met de ingang van de
wintertijd gaan we dus echt richting het einde van het jaar. Maar goed nieuws;
de wintertijd duurt maar vijf maanden. En dus gaan we al snel weer richting de
zomertijd. Deze gaat in van 28 op 29 maart.
Weet je nou nooit of je klok voor- of achteruit
moet? Kijk dan even naar de Engelse taal. Herfst is dan ‘fall’ en lente is
‘spring’. Als je dat vernederlandst, dan kun je zeggen ‘de klok valt terug’ of
‘de klok springt vooruit’. Wil je het liever écht Nederlands houden? Dan gaat
de klok in het voorjaar vooruit.
Wintertijd is beter
voor de mens
Voor de volksgezondheid zou dit de laatste keer
moeten zijn dat we de klok verzetten. Een permanente wintertijd zorgt namelijk
voor gezonde hersenen, een gezond hart, gezonde bloedvaten en een goed
afweersysteem.
Het is wetenschappelijk bewezen dat het permanent
invoeren van onze wintertijd (standaardtijd) het beste is voor de
volksgezondheid. Door het verzetten van de klok, moet je biologische klok zich
elke keer weer aanpassen. Dat is niet voor iedereen even makkelijk. Permanente
wintertijd past het best bij ons dag-nachtritme en zorgt voor de minste
verstoring in de slaap. In de winter krijgen mensen meer ochtendlicht en in de
zomer minder avondlicht. Voor onze biologische klok hebben we juist dat
ochtendlicht hard nodig.
De biologische klok zorgt onder invloed van licht
voor het 24-uursritme. Veel daglicht in de ochtend zorgt voor een wakker gevoel
en een goed slaap-waakritme. Zonder licht in de ochtend verschuift de
biologische klok naar een later tijdstip.