
De Eerste Kamer heeft de nieuwe griffierecht categorieën voor lagere geldvorderingen goedgekeurd. Daardoor worden de kosten voor griffierechten voor vorderingen van 500 euro tot 5.000 euro lager.
Op dit moment is het griffierecht voor een vordering van een rechtspersoon met een financieel belang van 501 euro even hoog als het griffierecht voor een vordering van 12.500 euro (499 euro per 1 januari 2020). Vooral de hoogte van het griffierecht voor rechtspersonen in verhouding tot een geldvordering van net boven de 500 euro is een probleem. Het griffierecht (499 euro) dat betaald moet worden, is bijna even hoog als het bedrag van de vordering (501 euro).
Het gaat in deze categorie vaak om vorderingen van rechtspersonen (zoals MKB'ers, woningbouwcorporaties of ziektekostenverzekeraars) die betaling eisen van openstaande rekeningen van burgers. Door de hoge kosten van het griffierecht zien kleine ondernemers er steeds vaker vanaf om met onbetaalde rekeningen van net boven de 500 euro naar de rechter te stappen. Een ander probleem doet zich voor als een natuurlijk persoon een procedure verliest en vervolgens het hogere griffierecht moet vergoeden dat de rechtspersoon als eiser heeft betaald. Bij zaken waarbij schuldeisers betaling eisen van onbetaalde rekeningen gaat het vaak om burgers die al in een financieel benarde situatie zitten en zo alleen maar dieper in de problemen komen.
Om tegemoet te komen aan deze bezwaren komen er voor lagere geldvorderingen in kantonzaken vier griffierecht categorieën bij. Hierdoor komt het griffierecht meer in lijn te liggen met de hoogte van de vordering.
De nieuwe griffierechten voor rechtspersonen en natuurlijke personen in kantonzaken zien er als volgt uit:
Wanneer deze vier nieuwe griffierecht categorieën ingaan, wordt bij Koninklijk Besluit bepaald.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via [email protected] of bel naar 073-6154311.